STUKJE UIT HET CLUBBLAD VAN NZHU KATWIJK

De zangkanariesport is vooral een mannenwereld. Gelukkig zijn er ook vrouwen die zich zo tot het lied van de zangkanarie voelen aangetrokken dat zij deze vogels houden en kweken. Eén van hen is Corrina Posthouwer. Corrina is woonachtig in Leerdam en sedert 1 januari 2008 lid van de Doelgroep Zang NZHU. Samen met Hein Lentz vormt ze een kwekerscombinatie. De ringen waarmee Corrina en Hein de waterslagers ringen staan op naam van Hein Lentz. Vandaar dat we de naam van Corrina niet tegenkomen in de lijst van inzenders, maar tussen de inzendingen van Hein zitten wel degelijk vogels die bij Corrina thuis uit het ei gekropen zijn. Van haar kregen we onderstaand artikel over haar kweek met waterslagers.

          

 

Bloedluis
Samen met  Hein Lentz  kweek ik waterslagers, d.w.z. we hebben elk een eigen broedruimte en we ringen met hetzelfde kweeknummer. Na de broed komen de poppen bij mij in huis. Hein heeft een ruimte om de mannen op te kooien en af te richten. Thuis heb ik een kamer voor mijn vogels gereserveerd. Daarin staan 18 broedkooien en zijn ook een klein vluchtje en een volière gemaakt. Hein heeft bij hem thuis zijn eigen kweekruimte met broedkooien, volières en een africhtkamer voor de waterslagermannen.

Ik ben ooit begonnen met nieuwe broedkooien van hout, die had ik wel geschilderd maar niet afgekit. Het was me nooit verteld dat ik dat moest doen en na een jaar kreeg ik bloedluis. Ik ben daar zo van geschrokken dat ik gelijk met het houden van vogels gestopt ben en de broedkooien naar de gemeentewerf heb gebracht. Ik had het er helemaal mee gehad. 


Nieuwe start
Toen ik bij Hein Lentz ging kijken hoe het met zijn vogels ging begon het weer te kriebelen. Van Hein kreeg ik een paar oude parkietenkooien die in tweeën gedeeld waren voor de kanaries. Hij zei: ‘Ga het eerst maar hiermee proberen; je kunt nog altijd broedkooien kopen’. Zo gezegd zo gedaan en het kweken ging goed. Het plezier keerde weer terug, maar ik was nu wel op m’n hoede voor bloedluis.

Na een jaar of drie in die oude kooien van Hein gekweekt te hebben, heb ik besloten nieuwe te kopen. Na nieuwe houten broedkooien gekocht te hebben heb ik ze geverfd en de naden dichtgekit. Onder mijn broedkooien was nog een ruimte over van 60 cm hoog en 3 meter lang. Hier heeft Hein een vlucht gemaakt voor eventuele reservepoppen of oude poppen die klaar zijn met de broed. Tegenover de broedkooien staat ook een volière. Daarin zitten mijn poppen. De vogelkamer staat ten opzichte van de zon zodanig dat er van ’s morgens tot ’s middags 16.00 u. zonlicht binnenvalt. Ik kan het raam lekker open zetten en als de weergoden het toelaten kan de frisse lucht lekker naar binnen waaien. Een wit gordijn beschermt de vogels bij mooi weer tegen te felle zon en een te hoog oplopende temperatuur. De zon geeft niet altijd voldoende verlichting. Daarom wordt de ruimte extra verlicht door een grote TL-balk. Om de overgang van zonlicht naar kunstlicht en van licht naar donker zo gelijkmatig mogelijk te laten verlopen hangen er ook nog twee gloeilampen, die zijn aangesloten op een dimmer. ’s Avond gloeien de lampen langzaam op tot volle kracht. Op dat punt aangekomen springt de grote TL balk aan en dimmen de gloeilampen. Wanneer de TL balk uitspringt gaan de gloeilampen op volle kracht weer aan en die dimmen vervolgens langzaam uit. Om de luchtvochtigheid in de broedruimte op peil te houden heb ik ook een bevochtiger.

 

Kweekseizoen 2010
Het plan was om dit kweekseizoen te beginnen met 10 poppen en 5 mannen; voor elk man twee poppen. Begin februari ben ik begonnen voor de poppen de dagen te verlengen tot 15 uur. De mannen zaten toen nog bij Hein en hadden al eerder meer licht gekregen. In de eerste week van maart heb ik de poppen in de broedkooi gedaan, ze een paar dagen laten wennen en toen een nestje gegeven. Toen de poppen begonnen met het maken van een nest heb ik de man er  bij gedaan. Om er voor te zorgen dat alle jongen tegelijk uitkomen raap ik de eieren en na het 4e ei leg ik ze er allemaal onder. Na 6 à 7 dagen schouw ik de eieren of ze bevrucht zijn.

Mijn eerste ronde was dit jaar superslecht. Van de 10 poppen had ik maar 17 jongen. Er zitten wel heel mooie tussen, maar gemiddeld nog geen twee jonge waterslagers per pop is natuurlijk veel te weinig. Het kleine aantal jongen uit de eerste ronde werd grotendeels veroorzaakt door het grote aantal onbevruchte eieren. Zo heb ik op twee poppen een oude man gezet, die niet meer bleek te bevruchten, maar ook bij de andere poppen waren niet alle eieren bezet. Uiteindelijk had ik maar twee volle nesten; om volledig te zijn: van twee poppen had ik vier jongen, van vier poppen maar één jong en verder had ik een nestje van twee en een nestje van drie. Ik heb zelden kunnen constateren dat er eieren tijdens het broeden zijn afgestorven; wat aan eieren bevrucht was is nagenoeg allemaal uitgekomen en ook groot geworden. Natuurlijk ga je op zoek naar de oorzaak. Het zou kunnen dat het iets met de luchtvochtigheid in mijn vogelkamer te maken heeft. Die is namelijk erg laag. Ik zet ’s avonds een bevochtiger aan en er staat op de kamer een emmer water met een doek erover en af en toe sprenkel ik wat water op de grond. Of dit de oplossing is weet ik niet. Ik wacht wel hoe de tweede ronde verloopt. Verder heb ik ook nog een goede pop verspeeld. Ik heb haar dood moeten maken en dat gaat me niet gemakkelijk af. Meestal laat ik dit soort klusjes over aan Hein, maar deze keer heb ik het zelf gedaan en ben wederom tot de conclusie gekomen dat dit niks voor mij is.
Als de jongen uitvliegen begint de pop wel eens te plukken. Ik hang dan voor de broedkooi een zangkooitje. In dat zangkooitje doe ik de pas uitgevlogen jongen. Voor de gaatjes voor het voer- en waterglaasje doe ik een schotje zodat ze er niet door kunnen ontsnappen. In de kooi zet ik een bakje eivoer. De pop en als de man er bij zit doe hij vaak driftig mee, voert de jongen door de tralies. Wanneer ik zie dat de jongen van het eivoer in het zangkooitje beginnen te eten haal ik het schotje voor de gaatjes weg en geef ze water en voer in de glaasjes. Na ca. 25 dagen, wanneer ze zelf eten en nauwelijks meer gevoerd worden, gaan de jongen naar Hein in een kleine volière. Als ze daarin helemaal zelfstandig geworden zijn gaan ze bij Hein de grote buitenvolière in.  
Mijn vogels zijn inmiddels aan de tweede ronde begonnen. Ze zitten bijna allemaal op eieren, maar ik weet nog niet hoeveel er bevrucht zijn. Dat is weer een surprise. Ik hoop dat het beter gaat dan in de eerste ronde.